Deze pagina dragen wij op aan mijn vader Albertus Johannes Rensen en zijn bevrijders, de familie Bosman.
Met dank aan Olav Petram van Kamp Amersfoort voor het ter beschikking stellen van de archiefgegevens.

Na betaling van de entree krijg je een kastje met de omvang van een kleine iPhone, waarmee je op diverse plekken gemarkeerde audio-punten kunt beluisteren. Op de afbeelding hieronder ziet u het appelterrein met de originele laarzen van de kampcommandant en de vastgelegde voetstappen van de gevangenen. Ook mijn vader heeft daar gestaan. Na het appel werd men onder bewaking in colonne naar het werk gedirigeerd met slechte kleding en dito gereedschap.

Voor het museum met appelplaats en kelder met fotowand adviseren wij een halve dag uit te trekken. Ook op het buitenterrein is veel sfeer van de verschrikkingen van toen te herbeleven.

Albertus Johannes Rensen, roepnaam Hutten Bats.

Dit verhaal gaat over mijn vader Albertus Johannes Rensen geboren op 7-2-1917, op 75- jarige leeftijd overleden op 3 maart 1992 in Haarle.
De opa van mijn vader was Albertus Rensen 1847- 1915, mijn overgrootvader. Hij was eerder gehuwd met Maria Hutte 1848 – 1879, nadat zij op 31 jarige leeftijd overleed, hertrouwde Albertus Rensen met Regina Veldkamp. Uit dit huwelijk werd onder anderen mijn opa Willem Rensen 1890 – 1968 geboren. Willem Rensen trouwde met Antonia Stephana (Toos) Boers 1877 – 1944 (mijn oma). Uit hun huwelijk is onder anderen mijn vader Albertus Johannes Rensen geboren, roepnaam Hutten Bats.
Door het eerste huwelijk van mijn overgrootvader Albertus Rensen met Maria Hutte werd deze tak van de Rensen familie in de regio in de volksmond voortaan Hutte genoemd. Alhoewel mijn opa feitelijk geen kind van haar was werd hij voortaan Hutten Wilm genoemd en mijn vader Hutten Bats. Zijn roepnaam Bats was een afgeleide van Albertus (Bertus) Bats en zo Hutten Bats. Vrijwel iedereen in het dorp had wel zo'n plaatselijke officieuse naam. Deze bijnamen werden ook wel scheldnamen genoemd, maar voor ons was het een erenaam. De naam Benne van de Hutte, visa versa, wordt steeds minder c.q. niet veel meer gebruikt.

Zie onze stamboom

In 1877 schreef de Hellendoornse notaris Dr. Cohen een boek als proefschrift over het blijversrecht. Het eerstgeboorterecht voor de oudste zoon, die de boerderij moest verkrijgen, blijft daar tot op heden onder de naam "blijversrecht" het erfrecht beheersen. Deze kennis kwam mij goed van pas op het mondelinge examen voor de beëdiging als makelaar in onroerend goed. Op grond van dit blijversrecht was mijn vader, alhoewel hij eigenlijk veehandelaar was, voorbestemd als opvolger van de boerderij van mijn grootvader Willem Rensen. Naarmate hij ouder werd gedroeg Hutten Bats zich ook steeds meer als opvolger van de boerderij. Het "handelen" heb ik ongetwijfeld van hem geleerd.

De 2e wereldoorlog 1940-1945

Op 10 mei 1940 valt het Duitse leger het neutrale Nederland binnen. Dit is het begin van vijf dagen strijd die eindigt met de bezetting van Nederland. Alhoewel mijn vader plichts- en gezagsgetrouw was, bepaalden z
ijn streng katholieke geloof en zijn afkeer tegen de Duitser bezetter, die door hem steevast moffen werd genoemd, wellicht voor een groot deel zijn, in de ogen van de moffen, “subversieve” activiteiten. Mijn vader verleende met medewerking van opa Willem Rensen en oma Toos, onderdak aan diverse onderduikers, neergestorte geallieerde vliegtuigbemanningen Paul D. Watson, (wij noemden hem Herman) en Ralph H. Dickson, (wij noemden hem Jan) en verleende gastvrijheid aan stedelingen (families NN) met voedselschaarste en omwille van veiligheidsaspecten.

Van links naar rechts Ralph Dickson, mijn vader, zijn zus tante Na en zijn broer oom Antoon Rensen,
inmiddels zijn zij allen overleden. Deze foto is gemaakt in 1986 voor ons huis aan de Bathemerweg in Haarle, waar nu mijn broer Frans woont.

Dit is de bemanning van de Halifax bommenwerper die op 5-1-1945 neerstortte naast de Raalterdijk in Haarle, ongeveer waar nu de voetbalvelden zijn. Met onder anderen linksboven Paul Watson 20 jr wij noemden hem Herman en de 3e van boven Ralph Dickson 22 jr., wij noemden hem Jan. Midden onder Piloot Alec Elliot 25 jr liet zijn bemanning voorgaan bij hun parachutesprong en was daardoor zelf te laat, hij was wel gesprongen maar werd met zijn half geopende parachute bij het vliegtuigwrak gevonden. De overige bemanning is met een geslaagde parachuutsprong geland in een groot gebied, de eerste vanaf de omgeving Nijverdal, daarna de omgeving Holten en de laatse 2 overlevenden ergens in de buurt van de Haarlerberg.

De crash

Op 5 januari 1945 om 16.45 vertrok vanaf RAF-basis Lissett in Engeland de Halifax Mk.BIII NR251 met als missie: Een bombardement op de stad Hannover in Duitsland. Na een succesvol bombardement op Hannover werd het toestel tijdens de terugvlucht neergeschoten door een Duitse nachtjager. Nadat het toestel drie afzonderlijke keren was geraakt door de nachtjager was het toestel dermate beschadigd dat het onbestuurbaar was geworden. Drie van de vier motoren waren uitgevallen, alleen de meest linkse draaide nog. Ook de radio en de radar werkten niet meer. Het vliegtuig was inmiddels afgezakt tot 5000 meter hoogte en was de aansluiting met de groep kwijtgeraakt. Toen gaf piloot Alec Elliott zijn mede bemanningsleden de opdracht het toestel per parachute te verlaten. Alec wachtte tot alle bemanningsleden het toestel hadden verlaten teneinde daarna zelf te springen, helaas was het voor hem te laat. Het toestel stortte om 20.15 uur neer naast de Raalterdijk in Haarle gemeente Hellendoorn. Alec werd dood bij het toestel gevonden met een half geopende parachute. Hij was de enige overledene. Van de in totaal zeven bemanningsleden werden er twee door de Duiters krijgsgevangen genomen en de overige vier zijn ondergedoken, waarvan twee namelijk Watson en Dickson bij Rensen. F/Lt. Elliott, die met Gladys Letitia Benton uit Innisfail, Alberta, Canada was getrouwd ligt begraven op de Algemene Begraafplaats van Hellendoorn Net als de as van mevrouw Gladys L. Elliott die sinds 29 december 2006 bij hem begraven ligt.  Wilt u het hele verhaal van Ian Croad over de crash lezen?  Klik dan hier

Reünie

Ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van Nijverdal werd ik in mei 1986 door de heer W. Poorterman namens het Stichtingsbestuur 150 jaar Nijverdal, uitgenodigd voor een reünie van een viertal overlevenden. Met mijn vader Bats Rensen (Hutten Bats), mijn oom Antoon Rensen en tante Na Mekers-Rensen waren we te gast bij deze reünie in de Budde te Nijverdal. De vier aanwezige RAF bemanningsleden waren: Mick Norris, Ralph Dickson met zijn vrouw Betty, Bill Morton en Ian Croad.  Van Ralph Dickson en Ian Croad hoorde ik het hele verhaal van hun belevenissen en hun collega bemanningsleden.

De Halifax III voor het laatste nieuws

De Halifax NR251 was een van de vier No.158 Sqdn Halifaxes die tijdens deze operatie verloren gingen
Andere drie waren: MZ395; MZ432; NR190.
Een laatste update van 23-10-2017
 

Handley Page Halifax

Archieffoto van een Halifax III bommenwerper

Vliegtuig, bemanning en vluchtgegevens

Halifax III - NR251 - NP-B - F/L - A. Elliott - 20:15 - Haarle
158 Squadron - 5 januari 1945 - Operatie Hannover 1 KIA - 2 POW - 4 EVD
Bemanning: Halifax III - NR251 - NP- B - 5 januari 1945 - Operatie Hannover
64297     - F/L - Piloot - Alec Elliott - RAFVR - 25 jaar - KIA
               - Sgt - Boordwerktuigkundige - WB Morton - RAFVR - EVD
1801918 - F/S - Navigator - Albert Michael H. "Mick" Norris - RAFVR - INJ /POW
                - F/S - Bommenrichter - Ian AH Croad - RAFVR - EVD
                - F/S - W/Op/AG - Paul D. Watson - RAFVR - EVD
1580930  - Sergeant - M/U Gunner - Donald "Don" McMahon - RAFVR - POW
                - Sergeant - Achterschutter - Ralph H. Dickson - RAFVR - EVD           

 

Engelse Piloten of parachutisten

Vaak werd er gesproken over Engelse piloten of parachutisten die bij Rensen zaten ondergedoken. In werkelijkheid was Paul Watson de radioman en Ralph Dickson staartschutter.  Ze waren goed opgeleid, maar hadden geen of nauwelijks ervaring met parachuurspringen. Ralp Dickson vertelde mij dat hij ondanks zijn ruime ervaring als militair in Afrika, nog nooit gesprongen had. Ze hadden alleen voor noodgevallen een parachute bij zich. Bij zijn sprong kwam hij zo hard neer dat hij daarbij een schoen verloor, die hij ook nooit terug heeft gevonden. Met slechts 1 schoen maakte hij zich uit de voeten en kwam zo bij ons terecht.  Alec Elliot was piloot en de commandant, zoals de bemanningsgegevens hierboven "F/L = Flight Lieutenant", als enige overleefde hij de crash niet.

Onder: "Onze Herman" Paul D. Watson voor zijn militaire diensttijd als fotograaf en filmprojecteur.

 

Paul D. Watson, radioman uit de neergestorte Halifax zat als onderduiker op de hooizolder van mijn opa en mijn vader. Ze verstonden elkaar prima, de houtkachel werd gestookt met "wood in the stoof".  Paul D. Watson "onze Herman" is na de oorlog regelmatig bij ons terug geweest. Hij overlaadde ons met cadeaus en maakte veel foto's. Destijds kon ik nog geen Engels maar wij verstonden elkaar prima. Wij hebben veel van onze jeugdfoto's aan hem te danken.

     

Ralph H. Dickson, sergeant staartschutter (rear gunner)

Ralph H Dickson "onze Jan"uit de neergestort Halifax III zat samen met Paul D. Watson, "onze Herman" als onderduiker op de hooizolder van de boerderij van mijn opa en vader aan de Bathemerweg 7 te 7448 PG Haarle, destijds was het adres C 146 Haarle. Toen er op een dag iemand aanhoudend rammelde aan de achterdeur de naam van mijn vader roepend, werd hij bang voor Duitsers of NSB verraders en wilde hij in goed Nederlands zeggen dat mijn vader niet thuis was. Hij kwam daarbij niet verder dan de later veel geroemde uitspraak: "Niks Bats...". Gelukkig betrof het achteraf "goed volk". Ralph Dickson is ook een paar keer terug geweest bij ons op visite zie de kleurenfoto hierboven met tante Na, oom Antoon en mijn vader, gemaakt tijdens de reünie ter gelegenheid van 150 jaar Nijverdal in 1986.

Nog meer onderduikers

Ongeveer 3 weken voor de bevrijding namen mijn opa en mijn vader nog 3 onderduikers op, die in het kippenhok op ons veld, nabij de Oude Deventerweg werden ondergebracht. Met vindingrijkheid, voorzichtigheid en waakzaamheid is het gelukt deze onderduikers gescheiden te houden van de "Tommies". De vliegtuigbemanning Paul (Herman) Watson en Ralf (Jan) Dickson. Ze hebben elkaar nooit opgemerkt. De angst bestond namelijk dat beide groepen gezamenlijk voor henzelf, maar ook voor ons gezin gevaarlijke verzetsactiviteiten zouden organiseren en daarbij ontdekt zouden worden. Dat was passen en meten want je kon nooit weten wie er aan de deur kwam, van moffen, landwachters tot andere personen en voedselzoekers. Op zondag 1 april 1945 werd het zeer spannend, omdat toen overal in de omtrek inkwartiering kwam. Bij inkwartiering werden burgers gedwongen Duitse soldaten in huis te laten verblijven. Gelukkig liep dit uiteindelijk allemaal goed af.

De bevrijding

Haarle werd op 9 april 1945 bevrijd. Het bevrijdingsmonument in Haarle (gemeente Hellendoorn) herinnert aan de bevrijding van buurtschap Haarle op 9 april 1945 en aan de tien Canadezen die tijdens deze operatie zijn gesneuveld. Het monument is onthuld op 11 mei 1947.

Mijn opa Willem Rensen ontving voor de hulp aan geallieerde soldaten een schriftelijk eerbewijs van de toenmalige opperbevelhebber
en latere President van de Verenigde Staten van America, Dwight Eisenhower.
 

Amerikaanse generaals op de foto van links naar rechts
zittend:

William H. Simpson , George S. Patton, Jr. , Carl Spaatz , Dwight D. Eisenhower , Omar Bradley , Courtney H. Hodges en Leonard T. Gerow ;
staand:
Ralph F. Stearley , Hoyt S. Vandenberg , Walter Bedell Smith , Otto P. Weyland en Richard E. Nugent

Dankbetuiging

Hieronder ziet u een afbeelding van de dankbetuiging die mijn opa ontving na de oorlog namens generaal en latere president Eisenhower:

“De President van de Verenigde Staten van Amerika heeft mij opgedragen om Willem Rensen de dankbaarheid en waardering van het Amerikaanse volk te betuigen voor de dappere dienst bij het helpen ontsnappen van geallieerde soldaten van de vijand."
Ondertekend door: Dwight D. Eisenhower, Generaal van het Leger, Commandant Generaal van de Verenigde Staten Strijdkrachten Europees Theater.

Mijn vader ontving postuum een dankbetuiging van de Britse Royal Air Forces, de RAF. Die dankbetuiging staat op zijn graf op het kerkhof in Haarle.

Clandestien slachten en via Raalte, Scheveningen en Vucht naar Kamp Amersfoort

Alhoewel de afschuwelijke hongerwinter van 1944 nog moest komen, was er ook in de winter van 1942 - 1943 al voedselschaarste, vooral in de grote steden. Op het platteland was het gemakkelijker iets te verbouwen en te ritselen, zodoende was er voldoende te eten. Wij hadden een boerderij met een boomgaard met pruimen, bessen, kersen, appels en peren. In de moestuin werden groenten verbouwd en op het land ondermeer aardappelen en granen. Mensen van heinde en ver wisten ons te vinden, er waren ook logés uit de stad op onze boerderij. Mijn vader was destijds veehandelaar en wist precies hoe je dat varkentje kon wassen. In de winter van 1942 – 1943 had mijn vader clandestien een koe geritseld en geslacht.
 Toen een afnemer met vlees en/of vet achterop zijn fiets in het donker een Duitse patrouille zag aankomen werd hij bang en gooide zijn pakket in de berm. Helaas vonden de Duitsers dat. Ze riepen hem terug en zetten hem zwaar onder druk, waarna de naam van mijn vader werd genoemd. Mijn vader werd daarop opgepakt en overgebracht naar het politiebureau in Raalte en vandaaruit op transport gezet eerst naar Scheveningen, daarna naar Vucht en tenslotte belandde hij in Kamp Amersfoort.

Bezoek kamp Amersfoort

Nadat ik in de krant had gelezen dat het archief van het Kamp Amersfoort was opengesteld, heb ik mij daar schriftelijk gemeld met al mijn beschikbare gegevens van mijn vader. Een paar dagen later kreeg ik een positief antwoord van Olav Petram. Mijn vader was gevonden, hij had kampnummer 3074. Op uitnodiging van Olav Petram, vrijwilliger en archivaris van Kamp Amersfoort, hebben mijn vrouw Marjo, mijn dochter Irmela en ik op vrijdag 21 juni 2024 het Kamp Amersfoort bezocht. Hieronder staat het antwoord van Olav Petram, vrijwilliger van het Kamp Amersfoort. Olav en de andere vrijwilligers vertelden mij dat de negatieve benamingen vanuit de ogen van de Duitsers moet worden gezien. Voor ons waren het doorgaans betrouwbare, gewaardeerde medeburgers.

Het verlossende e-mailbericht:

Geachte heer Rensen,

Dank dat u belangstelling hebt getoond voor Kamp Amersfoort. Ons onderzoeksteam heeft in de afgelopen jaren met succes 35.789 van de circa 47.000 gevangenen (waaronder circa 2600 Joodse gevangenen) die in Kamp Amersfoort hebben gezeten kunnen identificeren. Wij doen onderzoek in archieven van bestemmingskampen, memoires van gevangenen, naoorlogse processen verbaal en transportlijsten. Bij onze zoektocht krijgen wij eveneens veel ondersteuning van familieleden. Ook in de toekomst blijven wij met ons speurwerk doorgaan en proberen wij puzzels compleet te krijgen om zo de (oud-) gevangenen te herdenken en nabestaanden te kunnen informeren.

U heeft een aanvraag ingediend om nadere informatie te verkrijgen over Albertus Rensen. Wij hebben de heer Rensen in ons archief gevonden.

Op welke datum Albertus Rensen naar Kamp Amersfoort is overgebracht is niet bekend. Hij werd gearresteerd omdat hij in de ogen van de Duitsers ‘Asociaal’ zou zijn.  Zij werden ‘zwartlappen’ genoemd, vanwege het zwarte merkteken op hun gevangenenkleding dat hun ‘asociale’ status aanduidde. Er waren verschillende redenen om zo te worden aangemerkt.

Zo waren er doorgewinterde criminelen, schuldig aan commune delicten, zoals de 23 verdachten van een spectaculaire overval op een Amsterdams distributiekantoor. Maar vaak waren verdenkingen voor economische delicten alleen al grond om opgesloten te worden. Zo werd de 18-jarige Stef Calis beschuldigd van diefstal van wol en Ajax-voetballer Gerrit Nieuwkamp van verduistering van distributiebewijzen. In het najaar van 1942 werden uit het Oranjehotel zo’n achthonderd vermeende handelaren in voedselbonnen naar Kamp Amersfoort gestuurd. Andere ‘zwartlappen’ waren opgepakt om hun afwijkende levensstijl, zoals kermisklanten, zwervers of woonwagenbewoners. Tot slot werden ook werkweigeraars en contractbrekers beschouwd als ‘asociaal’. Dit waren mannen die bijvoorbeeld een arbeidsovereenkomst hadden met een bedrijf in Duitsland, maar tijdens een verlof niet terugkeerden.

Hij werd bij aankomst in de administratiebarak ingeschreven. De gevangenen kregen een nummer; van toen af had men geen naam meer maar waren zij een nummer. Rensen kreeg kampnummer 3074. Geld, horloges en andere waardevolle persoonlijke spullen moesten worden afgegeven. Na de inschrijving ging men in afmars naar de kledingbarak en werd men ‘omgetoverd’ tot Häftling. De gevangenen kregen oude afgedankte kleding van de PTT, het Nederlandse leger of andere instanties. De schoenen werden omgeruild voor klompen. Pasten ze niet dan moest men maar zien of er geruild kon worden. De barak was een langwerpige ruimte met in het midden een gangpad en aan beide kanten een lange rij stapelbedden van drie verdiepingen.

Na het ochtendappel (07.00 uur) en een zeer mager ontbijt werden de gevangenen aan het werk gezet. Er vertrokken commando’s, zoals de groepen werden genoemd, naar hun werk buiten het kamp (waaronder bosarbeid, werk rond en op de vliegbasis Soesterberg). Andere gevangenen werden in het kamp zelf tewerkgesteld (keukenploeg, aardappelschilploeg, schoonmaakploeg etc). De Joodse gevangenen kregen veelal fysiek zeer zwaar werk en waren mikpunt van ernstige mishandelingen.

Vanuit Kamp Amersfoort gingen ruim 800 transporten naar andere bestemmingen waaronder beruchte concentratiekampen zoals Neuengamme. De sterfte onder de laatste transporten met dwangarbeiders vanuit Kamp Amersfoort was erg hoog. Van het transport op 11 oktober 1944 van 1438 mannen naar Neuengamme kwam 82% om. Het laatste transport naar Neuengamme van 15 maart 1945 van 256 mannen leidde in minder dan twee maanden tot een sterfte van ruim 70%.

Begin 1943 was het plan om Kamp Amersfoort te sluiten (later teruggedraaid). Ruim 2000 gevangenen werden overgebracht naar Kamp Vught. Volgens een document zou Albertus Rensen op 25 januari 1943 naar Vught zijn overgebracht. Dan wordt het wat onduidelijk. Het kan zijn dat Albertus Rensen later in 1943 weer is teruggegaan naar Amersfoort. De gevangenen moesten lopen vanaf station Amersfoort via de Kapelweg naar Kamp Amersfoort. Op de Kapelweg nummer 42 woonde de tuinbouwer Bosman. Het is zeer wel mogelijk dat hij Albertus heeft geholpen om de rij te verlaten.

Aanwijzingen dat Albertus Rensen in het Oranjehotel heeft gezeten hebben wij niet gevonden.

Tot zover onze informatie die wij hebben kunnen achterhalen.

Graag maken wij een verzoek aan u kenbaar. Voor ons onderzoek worden wij vaak ondersteund door documenten met voor ons waardevolle historische informatie. Indien u nog documenten/spullen uit de oorlog hebt (brieven, dagboeken etc) dan doen wij een oproep op u om te overwegen om deze aan Nationaal Monument Kamp Amersfoort te schenken. Uit de praktijk blijkt dat wij aan de hand van schenkingen weer stappen in ons onderzoek kunnen zetten. Daarnaast kunnen wij de dossiers van de gevangenen die in Kamp Amersfoort hebben gezeten completeren en voor de toekomst museaal behouden. Er is altijd een mogelijkheid om bij u langs te komen om eventuele documenten nader te beoordelen.

Wilt u Kamp Amersfoort komen bezoeken dan van harte welkom. Op dit moment is er een boeiende tentoonstelling over gedwongen tewerkstelling in Duitsland met specifieke aandacht voor de circa half miljoen Nederlanders (20% van de beroepsbevolking) die als dwangarbeiders in het kader van de Arbeitseinsatz naar Duitsland werden getransporteerd. Ongeveer 30.000 Nederlandse mannen overleefden dit niet. Na de oorlog was er weinig tot geen erkenning voor deze mannen. Lang kregen zij geen plek in de publieke cultuur. Aan de hand van mémoires, persoonlijke voorwerpen en audiofragmenten vertellen ex-tewerkgestelden hun verhaal. U kunt voor uw eventuele bezoek raadplegen:
www.kampamersfoort.nl.

 

Als u nog aanvullende vragen hebt, dan vernemen wij dat graag van u en voor nu hopende u van dienst te zijn geweest.

Met vriendelijke groet,
Olav Petram

+31 (0)33 461 31 29

olav@kampamersfoort.nl

|

www.kampamersfoort.nl

Vanaf de parkeerplaats zie je al dit beeld naar het Kamp Amersfoort opdoemen.

De entree van het Kamp Amersfoort met de enige bewaarde wachttoren van de vier oorspronkelijke.

Het museum Kamp Amersfoort

Nadat men bij de receptie hoorde dat mijn vader daar in 1943 had “gezeten” werden we met enthousiasme en belangstelling ontvangen. Voor het museumbezoek hoef je niet vooraf in te schrijven, in de weekenden en tijdens schoolvakanties kun je ook een rondleiding boeken. We hebben er diverse foto’s gemaakt. Het sterke punt is dat inmiddels een uitgebreid archief is opgebouwd met veel beeld- en geluidmateriaal. Helaas zijn veel barakken en andere gebouwen geheel of deels verdwenen. Wel zijn alle gebouwen met nummer en uitleg terug te zien op maquettes. In het museum krijg je na het betalen van de entreekosten een plattegrond en een geluidskastje overhandigd in de vorm van een kleine iPhone. Er is een route met geluidpunten gemaakt te herkennen aan een soort wifi embleem. Op de gehele route zijn er "wifi" geluidspunten waar je het kastje tegenaanhoudt als bij een draadloze betaling. Nadat je een piep hoort, volgt het gedetailleerde geluidsfragment.

De Maquette



Zodra je het museum uitloopt kom je op een omsloten binnenplaats voorzien van Ardenner split als ondergrond met daarop een maquette met uitleg, die binnenplaats was de appelplaats. 

Rozentuin

Achterop de appelplaats de met prikkeldraad afgezette gehate rozentuin.

 

Ingang naar de beruchte strafplaats "De Rozentuin" met bijbehorend monument.

De laarzen van de kampcommandant

Op de appelplaats staan de twee originele grote leren laarzen van de wrede kampcommandant Walter Heinrich. Achter deze laarzen zijn de voetstappen van de gevangenen vastgelegd in metalen zolen. Op de foto sta ik achter de laarzen op een van de voetstappen waar mijn vader destijds heeft gestaan. Bizar....

Dit was voor mij een aangrijpend moment tijdens ons bezoek aan het kamp Amerfoort. Op de voorgrond de bewaarde laarzen van de kampcommandant met vastgelegde metalen voetstappen van de gevangen. Op de foto sta ik letterlijk in zijn voetstappen, op de plek waar mijn vader 81 jaar geleden tegenover de brute kampcommandant op apel stond. Alsof ik het zelf op dat moment voelde....

De Kampcommandant Walter Heinrich


Foto links:

Op 31-jarige leeftijd, in augustus 1941, werd Walter Heinrich benoemd tot kampcommandant van Kamp Amersfoort. In die functie was hij verantwoordelijk voor veel geweld, blijkt uit de speurtocht. Zo nam hij hoogstpersoonlijk deel aan de executie van 77 Sovjet-krijgsgevangenen. Tot maart 1943 was Heinrich kampcommandant.

Foto onder:

Plaatsvervangend commandant Kotalla.

De gestoorde Duitse SS’er Josef Kotalla (1908-1979) - was als plaatsvervangend commandant van concentratiekamp Amersfoort buitengewoon wreed en leidde verschillende vuurpelotons. In 1948 werd hij ter dood veroordeeld voor het mishandelen en executeren van tientallen gevangenen. Drie jaar later werd zijn doodvonnis omgezet in een levenslange gevangenisstraf. Hij stierf in 1979 in de koepelgevangenis in Breda.

Josef Kotalla (foto: Beeldbank WO2/NIOD)

Voor meer informatie zie de originele museum website van Kamp Amerfoort: https://www.kampamersfoort.nl/

Plattegronden

Deze lange weg is door de gevangen in dwangarbeid met de schop uitgegraven.

De zwartlappen

Links op de foto staan de gevangen dwangarbeiders op klompen met slecht landmateriaal op de schouder.


Eenmaal aangekomen in het kamp Amerfoort, moest men zich uitkleden, werd men kaal geschoren, kreeg men oude dunne kapotte kleding waarvan men vermoed dat ze nog uit de 1e wereldoorlog kwamen. Daarna werd je ingedeeld in een door de moffen bepaalde groep en had je geen naam meer maar een nummer.
Mijn vader werd ingedeeld in de groep zwartlappen en kreeg als nummer 3074. Deze groep is op de foto te herkennen met gereedschappen als zeis, bijl en schoppen en klompen als schoeisel.  Let wel alle negatieve benamingen als criminelen en zwartlappen zijn betitelingen vanuit het perspectief van de moffen. In ons land werden ze doorgaans en zeker nu als helden, verzetsstrijders  of andere voorbeeldige mensen beschouwd.

Het werk was de ene keer het verhelpen van schade aan door de geallieerden gebombardeerde landingsbaan, het graven van putten en wallen, het rooien en planten van bomen, maar vaak ook treiterwerk, zoals het sjouwen van stenen naar de ene kan van de weg en vervolgens de andere dag weer terug naar de oorspronkelijke kant. Dagen was men bezig met het uitgraven en kloven van boomstronken met zeer slecht en bot materiaal. De 5 eikenbomen op de foto zijn door de gevangenen gepoot en staan nog steeds op de appelplaats.

De voetstappen van mijn vader en andere gevangen op de appelplaats

 

De apelplaats met vastgelegde voetstappen van gevangen en op de achtergrond de 5 eikenbomen die in 1943 door de gevangen zijn geplant

De appelklok

Het bouwwerk met rieten dak is nieuw gemaakt, maar de klok is nog de verafschuwde originele appelklok die dagelijks klonk.

Kampervaringen

Van 1941 - 43 zaten in Kamp Amerfoort vooral gevangenen die tegen de ideeën van de nazi's waren zoals verzetsstrijders, communisten, maar ook gijzelaars, vermeende criminelen, waaronder zwarthandelaren, ca. 2.500 Joden, 271 Amerikaanse staatsburgers, 123 Jehova's Getuigen en 100 Sovjet-krijgsgevangenen. In dit concentratiekamp heerste een mensonterend regime van honger, mishandeling, dwangarbeid en executies. In Kamp Amersfoort maakte mijn vader de verschrikkelijkste dingen mee. Zo vertelde hij dat er regelmatig werd geslagen met stokken tot de mensen erbij neer vielen. Hij noemde een voorbeeld van een uitgehongerde gevangene die 1 of 2 aardappelen had “gestolen”, hij werd in hun bijzijn met een stok geslagen tot zijn ogen buiten de oogkassen hingen. Bij het minste geringste werden gevangenen opgesloten en mishandeld in de “Rozentuin”. Dat was een smalle open ruimte achter de appelplaats, afgesloten met prikkeldraad. De gevangenen daar kregen de opdracht om op commando tegelijkertijd kniebuigingen te maken of hun pet af te zetten voor de bewaker en die pet tegen hun eigen lichaam te slaan, zodanig dat er 1 knal te horen was. Bij een onderbroken geluid moest dat over en zo ging dat minuten of soms uren door totdat er een of meer gevangen bij neer vielen.

Slecht slapen en hard werken 

Het was hard werken onder erbarmelijke omstandigheden met bar slecht gereedschap moesten bijvoorbeeld stronken worden uitgegraven en gekloofd. De fusilatie keldergang is met de hand uitgegraafd, een andere keer moest men zware stenen blokken van de ene kant van de weg sjouwen en de andere dag weer terug, alleen om te treiteren. Ook moest men 's winters met de blote handen harden, sommige gevangen verloren daarbij de toppen van hun vingers. De slaapzaal kende bedden van 2 of 3 hoog met alleen een jutezak met stro, in veel zakken zat er nauwelijks nog stro maar ze zaten wel vol met vlooien en luizen. Het was verschrikkelijk koud en onhygiënisch.

Het lijkenhuisje

 

Op de foto hierboven ziet u de restanden van het lijkenhuis, met verklarend bordje.
Neergevallen gevangenen werden afgevoerd, anderen terechtgesteld. Honderden gevangen zijn zo overleden. Zij werden naar het lijkenhuis verderop in het kamp gebracht. Voor het transport van de lijken werden gevangen aangewezen, die uitgemergeld en wezenloos blij waren met dat werk, omdat hun leven zo gespaard bleef. Zij zagen zoveel ellende dat het hen niet meer kon raken. In een kist werden 2 lijken afgevoerd en zodra er 3 kisten vol waren werden die naar het lijkenhuis gebracht. Op het terrein achter het lijkenhuis is een massagraf gevonden van overledenen. Alhoewel er nadien herbegravingen hebben plaatsgevonden, is dit terrein op het huidige Kamp Amersfoort zichtbaar in ere gehouden.

Bewaard

 
Een oude originele toegangsdeur en een stuk gerestaureerd cellenblok

Bevrijding door de familie Bosman

Op weg naar onze wintersportvakantie in Westendorf Oostenrijk, hielden we een tussenstop vóór München in Allersberg. Nadat de kinderen naar bed waren gebracht gingen Marjo en ik nog even beneden wat drinken. Na binnenkomst meende ik mijn naam te horen, maar dat kon toch niet waar zijn? Na een paar keer zei die man: "Jij bent toch Ben Rensen"? Stomverbaasd zag ik al snel dat het de heer en mevrouw Bosman waren. We werden gastvrij aan hun tafel uitgenodigd en na een hernieuwde kennismaking en wat heen en weer gepraat ging het als snel over de bevrijding van mijn vader uit Kamp Amersfoort. Alhoewel mijn vader eindeloos kon praten over de oorlog en zijn bevrijding uit Amersfoort, hoorde ik nu pas de details uit de mond van de bevrijders. Hun spannende bevrijdingsverhaal leest u verder hieronder.

Bosman tuinen bestaat na bijna 100 jaar nog steeds, nu in Hoogland en wordt gerund door kleinzoon Bas Bosman.

Dagelijks liepen de zwartlap gevangen ‘s morgens vroeg op klompen over de Kapelweg in Amersfoort naar hun werk. De Kapelweg was ook de doorvoerroute waarlangs andere gevangenen werden afgevoerd via het spoorwegstation in Amersfoort naar vernietingskampen.

Op deze lokatie werd mijn vader door de familie Bosman op Kapelweg 44 uit de rij geplukt en bevrijd.    Video van een andere groep gevangen.

Hieronder ziet u de beruchte route van het Kamp over de Kapelweg.  Achter de richting naar het kamp en vóór de richting naar het spoorwegstation.

Zo gingen de bevrijders van de familie Bosman te werk

Aan de Kapelweg 42 in Amersfoort woonde de familie Bosman, zij hadden een hoveniersbedrijf met een kwekerij achter de woning. De familie Bosman kon het leed van de dagelijks voorbij trekkende gevangenen, waarvan sommigen er meer door dan levend uitzagen niet langer aanzien. In de zomer van 1943 nadat mijn vader ongeveer een half jaar gedetineerd was, maakten kinderen van de familie Bosman een bevrijdingsplan voor een van de gevangenen. Hun oog was gevallen op een zwaar invalide kreupele man, dat was mijn vader. Ze namen doeken en oude gordijnen mee en zodra de rij gevangenen voorbij kwam gooiden ze mijn vader een doek over zijn hoofd, trokken hem uit de rij. Vervolgens namen ze mijn vader in doeken gewikkeld tussen zich in, zodat hij niet meer aan zijn kleding, zwartlap driehoek en uniforme gevangenpet te herkennen was als gevangene. Ze namen mijn vader mee naar huis, wasten, ontluisden hem en gaven hem net zolang te eten tot hij weer op krachten was voor de thuisreis. Ondertussen hielden ze hem ondergedoken en verstopt voor de moffen in de stookruimte van de kwekerij.

De gevolgen en het risico

Volgens de vrijwilligers van het kamp had de vermissing van mijn vader tot gevolg dat de overgebleven gevangenen bij terugkomst zwaar werden gestraft in de "Rozentuin". Als de helpers waren gesnapt zouden ze volgens hen zeker zijn gefusilleerd. We weten nog niet met welk(e) vervoermiddel(en) mijn vader thuis is gekomen. Wie het weet mag het zeggen, op de fiets, met de trein, lopend of misschien een combinatie daarvan. Voor mijn oma Toos Rensen maakt dat niet uit. Mijn vader vertelde dat ze letterlijk een gat in de lucht sprong toen ze mijn vader in levende lijve terugzag.

Publicaties Kamp Amersfoot

Algemeen Dagblad 1

Algemeen Dagblad 2

Algemeen Dagblad 3

Onderduikers en logés

Op onze boerderij waren nog meer onderduikers, Engelsman Paul Watson en Schot Ralph Dickson zaten op de hooizolder van de boerderij. In het kippenhok in het bos nabij de Oude Deventerweg zaten nog drie andere onderduikers waarvan wij de namen niet meer konden achterhalen. Wat we wel weten is dat mijn vader c.s. erg bezorgd waren dat die twee groepen elkaar zouden vinden en zo voor het gezin gevaarlijke acties op touw zouden zetten.

Verzetsman Gerrit Piksen



Aan de Haarlerweg in Espelo staat het Stevens verzetsmonument waar ook Gerrit Jan Piksen wordt herdacht.

In oktober 1944 zag mijn vader dat leeftijdgenoot en verzetsheld Gerrit Piksen in de Sebastianus school in Haarle, gruwelijk mishandeld werd tijdens een ondervraging. Hij was bij een razzia van de moffen gevangen genomen. Toen Gerrit Piksen in een onbewaakt moment mijn vader papieren wilde toeschuiven, werden ze betrapt en vroegen de ondervragers: “Waar kennen jullie elkaar van?” mijn vader wachtte het antwoord van Gerrit Piksen niet af en riep luidkeels, zodat Gerrit Piksen een alibi had: “Hij hef knién van mie koch” (Hij heeft konijnen van mij gekocht.) Waarschijnlijk droeg ook de invaliditeit en het mank lopen van mijn vader er aan bij dat het voor hem met een sisser afliep. Gerrit Piksen werd op 15-10-1944 door de moffen gefusilleerd en later gevonden op
 een steenworp afstand van onze boerderij en onze “Schure van Wim” in de Twiegweerd.


Deze publicatie heb ik kunnen maken met de hulp van de familie Bosman, mijn broers en zussen, Stichting Marke en vele anderen.

Hartelijk dank daarvoor, heeft u suggesties, aanvullingen, correcties, opmerkingen of vragen, mail ze mij a.u.b. naar: ben@rensen.nl

Namens alle betrokkenen met hartelijke groet,
Ben Rensen
Duikerstraat 15
7425 AT Deventer
Mobie:     06 46 789 165
E-mail:     ben@rensen.nl