
Wie helpt ons deze prachtige molen weer op te bouwen, aan de Molenweg in Haarle?

De molen van Gerrit Loenink, later Geertman, Molenweg 16 in Haarle, Overijssel
Modeltype
Toon de molen in Google Satelietweergave
Kadastrale aanduiding 1811-1832
Geopositie
Nu staan hier woningen, lees hier het verhaal in het Algemeen Dagblad

Foto coll. G.H. Varwijk Sr.

Foto coll. DVM

Bron, Gebruiksvoorwaarden en auteursrechten
Geslacht Loenink
Het geslacht Loenink was één van de meest welgestelde boerenfamilies van Haarle. De familie bewoonde al vanaf het eind van de 14de eeuw een grote boerderij aan de zuidzijde van Haarle. Vanaf 1692 was Nellis Loenink de eerste Haarlenaar die ook eigenaar was van zijn boerderij. Dit in tegenstelling tot alle andere boeren, die jaarlijks pacht afdroegen aan de adel of geestelijke instellingen.
Machtspositie
Vanaf de vroege Middeleeuwen was het recht op wind toebedeeld aan de eigenaar van de havezate Schuilenburg bij Hellendoorn. Boeren uit het hele schoutambt waren daardoor genoodzaakt om hun graan te laten malen op kilometers afstand. Daarbij kon de eigenaar van de molen ook nog eens zelf het maalgeld bepalen. Dit is het bedrag, veelal een hoeveelheid graan, dat door de boer aan de molenaar afgedragen moest worden. De boeren uit Haarle maakten overigens ook gebruik van de molens die stonden binnen het schoutambt Raalte. Zodoende hoefde de Hellendoornse berg niet gepasseerd te worden.
De molen
Kort na de afschaffing van het recht op wind zag de Haarlenaar Gerrit Loenink zijn kans schoon. In 1801 diende hij een verzoek in tot bouw van een molen bij de kort daarvoor opgerichte Eerste Kamer in Den Haag. Hij kreeg toestemming voor het bouwen van een windkorenmolen op de Haarler enk. Tevens bouwde Loenink een molenhuis, dat voor de pachter bestemd was die de molen draaiende hield, en een katerstede die werd bewoond door één van de molenknechten. In de daaropvolgende decennia werden ook elders in de gemeente Hellendoorn molens gebouwd. In totaal hebben er acht windmolens gestaan. Alleen de molen van Fakkert (1821) en molen De Hoop (1854) in Hellendoorn bestaan daarvan nog. De meesten verdwenen in de eerste helft van de 20ste eeuw. Zo ook in Haarle. Op de dag van de Haarler bevrijding, 9 april 1945, werd de molen door overvliegende Canadese vliegtuigen in brand geschoten. Het molenaarshuis, toen bewoond door de familie Geertman (nageslacht van Loenink), brandde eveneens tot de grond toe af.
Pakhuis en kruidenierswinkel
De molenaarsfamilie Geertman bestond tot in de jaren dertig van de 20ste eeuw uit een drietal ongehuwde broers. Zij dreven gezamenlijk de molen, de bakkerij en de bijbehorende boerderij. Bij gebrek aan eigen opvolging kwamen uit Heeten een achterneef en -nicht richting Haarle. Zo was zowel de bakkerij, die later kruidenierswinkel werd, als de boerderij van opvolging verzekerd.
Op de plek van de molen werd na de brand in 1945 een pakhuis gebouwd. Gemalen werd er niet meer in Haarle. De boeren uit het dorp gingen sindsdien naar de molen in Heeten. De kruidenierswinkel sloot uiteindelijk in 1975.
De relatie van de opdrachtgever Gerrit Loening tot de latere eigenaar Familie Geertman in Haarle
Molen te Haarle.
Deze heeft gestaan vanaf 1806 tot 9 april 1945. Gerrit Loenink vroeg in 1801 vergunning om in Haarle een molen te bouwen. Deze kwam in 1806.
Een dochter van Loenink trouwde met de heer Elferink. Hun dochter trouwde met een Geertman uit een molenaarsgeslacht uit Heeten. Sindsdien is de naam Geertman meer dan 100 jaar verbonden geweest aan de Haarlese molen. Een Duitse uitkijkpost bovenin werd de molen noodlottig. De Canadezen schoten de molen in brand.

De molen ging bij de bevrijding van Haarle verloren, maar de bijbehorende opslag bleef gespaard. De Mölle bood in de loop der jaren onderdak aan diverse verenigingen en organisaties, zoals de KPJ, peuterspeelzaal De Rakkertjes en scouting Albaldah. De slopershamer heeft zijn werk gedaan en De Mölle heeft plaats gemaakt voor nieuwbouw.