Een Twentse familie op het Sallandse platteland
Aan het einde van de negende eeuw begonnen Twentse producentenfamilies in de
ruime omtrek van de stuwwal tussen Oldenzaal en Enschede met het opkopen van
honderden hectares woeste grond. Tot circa 1920 waren er tientallen villa's,
waarbij architecten als Karel Müller en Gerhard Beltman een sterke
stempeldrukten op het Twentse buitengebied. Eén van de weinige ingrediënten die
in Twente geen inhoudelijke locatie vond, was de Almeloër AAW van Wulfften
Palthe. Hij bouwde een bijzonder huis op de Sprengenberg, twee kilometer tien
zuiden van het Sallandse dorp Haarle. Een grote opknapbeurt begin 2011 heeft er
voor gezorgd dat de toren weer – als vanouds – prijkt als een wit gebakken in
het landschap.
Arnold van Wulfften Palthe
Arnold Albert Willem (Arnold) van Wulfften Palthe werd in 1851 geboren aan de
Markt in Oldenzaal. Vader AAW van Wulfften Palthe (1816-1900) was kantonrechter
in Oldenzaal en Statenlid in de provincie Overijssel. Hij stamde uit een oud
Twents patriciërsgeslacht, de Palthe's, waarvan in de achttiende eeuw de
families Racer Palthe en Van Wulfften Palthe afgesplitst waren. Arnolds moeder,
Johanna Henriëtta Stork, was een zuster van de bekende CT Stork, oprichter van
de Hengelose machinefabriek Gebr. Stork & Co. In 1873 had Arnold samen met zijn
broers Derk Willem en Jan Richard in Almelo de firma Gebr. Palthe opgericht, die
zich richt op het verven en wassen van textielproducten. Hij bewoonde een villa
dicht bij het station in Almelo, waar hij als amateurastronoom een klein
sterrenobservatorium op het dak had gebouwd.
Komst naar Haarle
In 1898 vond in Raalte een veiling plaats van een boerderij, enkele percelen
heide en een bos gelegen op de vijfendertig meter hoge Sprengenberg bij het dorp
Haarle in de gemeente Hellendoorn. Koper van de grond was Van Wulfften Palthe.
Hij was op zoek naar droge zandgronden, waardoor zijn vrouw Maria Aurelia
Engberts beter kon vertoeven. De natte, leemhoudende gronden, die de familie tot
dan toe in De Lutte en Oldenzaal in bezit had, waren voor zijn reumatische vrouw
niet geschikt om langdurig te verblijven. Kort daarna werd boven de Sprengenberg
een achtkantige koepelgebouw, waar de familie –met inmiddels zeven kinderen – in
de weekeinden en jachtpartijen mogelijk. Al snel ontstond de behoefte aan een
groter huis. De bekende architect Karel Müller spoorde Van Wulfften Palthe aan
om iets bijzonders te doen boven op de boerenkoolheide: 'Hier moet je geen
gewoon huis bouwen, hier moet iets speciaals staan!' Müller had vanaf circa 1900
al verschillende beslissende villa's in Twente ontworpen, maar het ontwerp van
de Sprengenberg voorkeur zijn gekozen doorbraak. Nadien tekende hij voor het
ontwerp van het landgoed Bellinckhof in Almelo en Egheria in De Lutte (naast van
Ten Cate),
![]() Omstreeks 1906 met de windmolen van Stork die de toren van Palhe, Sprengenberg van energie voorzag. |
![]() De situatie in 2011 na een grondige opknap- en schilderbeurt. |
![]() |
Pastoor Ferdinand Ellerbeck, 1906. Alhoewel de familie Van Wulfften Palte hervormd was en heel Haarle katholiek was gebleven, onderhielden de pastoor en de familie Palthe een zeer vriendschappelijke band. De familie Palthe droeg bij aan de bouwkosten van de kerk in Haarle en was bij de opening speciale genodigde. Overigens spreekt men in Haarle niet van Rooms katholiek maar gewoon katholiek. Inmiddels is het katholieke kerkgebouw verkocht en bestemd voor maatschappelijke doeleinden. |
de Borg in Beuningen (van Van Wulfften Palthe's broer DW), De Wigwam in Enschede
(Van Heek) en Het Welna in Lonneker (Ter Kuile). Daarnaast ontwierp hij de
Wilhelminaschool in Hengelo (eveneens van Stork), het directiekantoor van
Gelderman in Oldenzaal en het Rijksmuseum Twenthe in Enschede. De
villa in Haarle, gebouwd in 1903, bestond uit een dertig meter hoge toren en een tweetal
bijgebouwen in vakwerkstijl. Bovenop de toren werd een open uitzichtplatform
gerealiseerd, evenals een torenkamer waar Van Wulfften Palthe zijn nieuwe
observatorium gecombineerd. In 1906 werd het huis herhaaldelijk uitgebreid met
een tweetal galerijen in L-vorm, een studeerkamer, een biljartkamer en een
autogarage. De familie definitief verplaatst van Almelo naar Haarle.
Leven op De Sprengenberg
Haarle was aan het begin van de twintigste eeuw een kleine agrarische
gemeenschap. Met nog geen duizend inwoners, een kerkje, enkele cafés en wat
nijverheid was het een kleine enclave op het Sallandse platteland. Als het
gehele dorp van de gemeente Hellendoorn bleef het geheel katholiek. De bevolking
keek dan ook vreemd op toen aan het begin van de twintigste eeuw een hervormde,
welgestelde, Twentse familie in het dorp kwam wonen. De relatie tussen Van
Wulfften Palthe en de dronken dorpspastor, Ferdinand Ellerbeck, was krachtig
uitstekend. De familie kwam geregeld bij de pastoor over de vloer, zoals
Palthe's dochter Thalie in haar memoires aantekent: 'Veel van Haarle en zijn
omgeving heeft ons de oude Pastoor Ellerbeck verteld.' Hij vertelde hen over de
oude buurt, de boerderijen, en zijn grootste passie. 'Pastoor Ellerbeck had een
grote liefhebberij in het verzamelen van stenen en fossielen. Zijn familie
noemde hem daarom “steenen Doris”'. Van Wulfften Palthe was van harte welkom bij
de in 1916 gereedgekomen nieuwe kerk. 'Daar Vader (Van Wulfften Palthe) ook heeft bijgedragen aan de
bouw, werden we uitgenodigd om de inwijding bij te wonen. De Bisschop van
Utrecht, Monseigneur van de Wetering, ondanks de mis op. Na afloop hebben we de
receptie in de Pastorie overgenomen. Onze auto bracht hem (Monseigneur van de
Wetering) daarna naar de trein
in Deventer.'
Vertier
Op 'n barg, zoals de dorpsgemeenschap de Sprengberg noemde, werd weelderig
geleefd. Het najaar bevond zich halverwege in het teken van de jacht. Van
Wulfften Palthe nodigde zijn jachtvrienden uit, die –volgens dochter Thalie –
'dikwijls de avond tevoren, soms ontmoetten hun dames, bij ons [op het huis]
kwamen. Na een ontbijt met gebakken leverworst, waar Vader beoordeeld was zijn
gasten voor te zetten, vertrokken
![]() |
Foto bijschrift: Vlnr: Smits Harm Bruggeman(onze buurman), Jans Hutte Rensen (mijn oom), De Grutter, Van'n Pas Bruggeman, Doris Groven Kemper, Jan Fakkert Bergboer (mijn peetoom). Herman Bruggeman alias Smits Harm was hulpjachtopziener, de anderen hielpen het bos onderhouden, en hadden daarnaast hun eigen boerdij. |
de jagers het veld in.' 's Avonds werd er, in de grote
zaal onder de toren, een jachtdiner gehouden. 'Na de maaltijd zat de heeren voor
de haard, waar een groot vuur brandde, waardoor een der jagers uitlokte om te
zeggen: “Arnold, je verstookt hier wel een schoolmeesters tractementje!”
Gelukkig dat het hout en de takkebossen uit eigen bosschen kwamen.' Het huis had
al vroeg elektriciteit, die met behulp van een windmolen werd opgewekt. De
familie werd een auto en er werd volop muziek gemaakt. Net ten oosten van het
huis werd een tennisbaan aangelegd, waar veel gespeeld werd. Het thee-uurtje
werd verplaatst van het terras bij de koepel naar het tennisveld. Overigens
heeft dit nog tot internationaal succes geleid. Van Wulfften Palthe's
kleindochter, Kea Bouman, won in 1927 het Franse tenniskampioenschap Roland
Garros. Ze was daarmee de eerste Nederlandse winna(a)r(es) van een Grand
Slam-toernooi, en zou de enige blijven tot Richard Krajicek in 1996 Wimbledon
won. Ongeveer een halve kilometer ten zuiden van het huis werd een
noodlandingsplaats voor duidelijk uitgelegd. Neef Pieter Matthijs van Wulfften
Palthe werd opgeleid als vliegenier. Van Wulfften Palthe kreeg in 1913 de
gelegenheid om een rondje mee te vliegen. De noodlandingsplaats bij De
Sprengenberg bestond uit een geëgaliseerd stuk heide. Vier hoeken werden met wit
zand gemarkeerd en in het midden van het perceel werd een kruis aangebracht.
Twee keer is er, door Piet van Wulfften Palthe, een landing gemaakt.
Leven op het platteland
De dorpsgemeenschap zelfprofiteurde sterk van de familie Van Wulfften Palthe. De
boer bij het landgoed leverde dagelijks melk, de bakker brood en dan was er nog
Marie Oude Nijhuis: 'Een vriendelijk klein menschje, dat vele malen smakelijk
voor ons kookte, als we vacantie ontmoetten in “ 't kleine huisje” waren.' Haar
broer Hein Oude Nijhuis werd een verloop van tijd chauffeur voor de familie,
zodat hij de eerste Haarlenaar met een rijbewijs werd. Naast het huis werd al
snel een woningbouw voor een jachtopziener die van oudsten erbij betrokken was.
De woeste heidegronden, vele honderden hectares, werden vanaf begin twintigste
eeuw ontgonnen. Tientallen boerenzonen uit Haarle vonden hun werk als
bosarbeider op de Sprengenberg. Het hout werd gebruikt voor de mijnbouw in
Limburg.
Vijf dochters
Arnold Albert Willem van Wulfften Palthe overleef in 1929, 78 jaar oud. Het
landgoed kwam achteraf onder beheer van zijn erfgenamen. De laatste vaste
bewoner van het huis op de Sprengenberg, Van Wulfften Palthe's ongehuwde dochter
Mieke, overleed in 1961. De overige kinderen van Van Wulfften Palthe hadden
Haarle al decennia daarvoor verlaten. De oudste dochter, Jet, lastig met de uit
Den Bosch kwam Wouter Bouwman. Hij trad toe tot de firma Gebr. Palthe, die later
tot NV werd omgevormd. Datzelfde goud voor de enige zoon van Van Wulfften
Palthe, Jan Jacob. Hij kwam te wonen op de buitenplaats Wendelgoor bij Almelo.
Coba vaker in Düsseldorf, na getrouwd te zijn geweest met de Duitse koopman Hans
Marioth. De al aangehaalde dochter Thalie, die haar memoires schreef, woonde op
leeftijd latere met haar man J.U. Jim de Kempenaer in 't Joppe bij Gorssel. Beiden
hebben zich ingezet voor de geschiedschrijving van Haarle. J.U. Jim de Kempenaer
was voor het behoud van een van de Haarler markeboeken en schreef in 1946
het bekende boek
Haarle (O.) in de oorlogsjaren.
U kunt het boek hier online doorbladeren en lezen. Het boek bevat
oorlogsbeschrijvingen van vele tientallen Haarlenaren, waarmee het tot aan de
dag van vandaag een bruikbaar egodocument is. Op 9 april 1945 was de
Huis Sprengenberg aanvankelijk nog bezet door Duitse soldaten. Toen de
geallieerde bevrijders dat merkten schoten op de villa,
waarbij het gebouw behoorlijk beschadigd raakte. Daarna staakten de Duitsers hun
verzet en kon Jim de Kempenaer als bevestiging 2 witte vlaggen hijsen. Daardoor
werd verdere schade aan het gebouw voorkomen. Ongeveer 24 Duitsers en een
Hongaar werden gevangen genomen. Enkele jaren later schreef De
Kempenaer nog een ongepubliceerd werk over de geschiedenis van het dorp. Zijn
zoon, W.J.A.E. Jaap de Kempenaer (1919), is de enige die ooit in het huis de Sprengenberg
geboren is. Zijn doopnaam Ericus (heide) getuigd daarvan. De meest bekende
dochter uit het gezin is echter wel dochter Anna roepnaam Annetje. Zij was in 1913 getrouwd
met de bijna twintig jaar oudere textielfabrikant Jan Herman van Heek.
In 1912 had Van Heek Huis Bergh in 's Heerenberg gekocht, waaraan zij daarna
hun leven hadden toegewezen.
Uit MijnStadMijDorp door Overijssel Tien en Nu Historisch tijdschrift 2011
Het badhuisje of "Heksenhuisje".
Sprengenberg was zelfvoorzienend met stroom van
een Stork windmolen en een 30 meter diepe waterput voor drinkwater.
Aanvankelijk was Sprengenberg meer dan 900 hectaren groot. De faminlie Van Wulfften Pathe waren echte natuurliefhebbers, ze doneerden grote bedragen en verkochten na het overlijden van de laatste vaste bewoner in de jaren 60 de meeste grond aan Natuurmonumenten. De gebouwen met ongeveer 25 hectaren grond werden behouden, c.q. ondergebracht in de Stichting Huis Bergh en is door de Stichting voor een symbolisch bedrag in erfpacht gegeven aan de afstammelingen van de familie Van Wulfften Palthe. Sprengenberg is sinds 20-7-1982 een rijksmonument.
Latere bekende bewoners
In de jaren 1950-1970 woonden er de jachtopzieners
Gerrit Jan alias GaitJan, zijn zoon Henk Bekkernens en daarna Herman Veerbeek.
Jan en Bert Landerweert die met hun ouders op Sprengenberg woorden zaten
bij ons op de lagere school in Haarle, hun ouders zorgden voor "tante" Mieke van
Wulfften Palte, zij overleed in 1961.
De familie Landeweert verhuisde in 1963
naar Almelo, Bert Landeweert is in 1973 overleden in Duitsland.
De familie Rensen
Wij zijn geboren en getogen aan de voet van de
Palthetoren. Als kinderen speelden wij daar vaak, raapten gevallen tamme kastanjes en plukten
druiven uit de kas. Als we te dichtbij kwamen schoot jachtopziener "GaitJan" met
zijn jachtgeweer in de lucht over ons heen. Daarne raceden we op de fiets hard
naar beneden langs het Vlot, het slingerpaadje in. Verkeer op de zandweg onderaan was er
nog nauwelijks.
Onder
de Palthetoren groeien talrijke moeilijk kweekbare, zeldzame en beschermde
Jeneverbes struiken.
Veel boeren in de buurt van de Pathetoren hebben er in het bos
gewerkt. Op de grote foto hierboven zag u al mijn ooms Jans Rensen en mijn
peetoom Jan Bergboer alias Fakkerts Jan. Mijn broer Wim en ik hebben er ook
gewerkt. Wij sleepten
afgezaagde dennen aan een sleepketting met een Bels paard naar het
dichtsbijzijnde pad, waar ze werden opgestapeld en met een vrachtwagen afgevoerd
naar de mijnen als stuthout of als rikkepalen. Als vergoeding
voor je jacht mocht mijn vader jaarlijks een aangewezen hoeveelheid afraster- en
hekkenhout ophalen. Wim en ik deden ook vaak mee aan de door
Landeweert beschreven drijfjachten. Eerst werden die georganiseerd door de
familie Pathe, later door Henk Bekkernens en welgestelde Duitse jagers. Naast
een financiële vergoeding werden we rijkelijk beloond met erwtensoep met
rookwordt en bacchanaal ingewijd met onze 1e Jonge Jenever of Oude Genever naar
keuze. Niet te zuipen, maar daarna was je een grote kerel.
Openstelling![]() |
|
Aanvullingen en commentaar door: L.W.J. Ben Rensen voor reacties mail ben@rensen.nl